Welkom op de website van Het Zingend Hart

Het Zingend Hart

Leids kamerkoor Het Zingend Hart – naar de gelijknamige dichtbundel van Gerard Reve – bestaat momenteel uit 21 zangers en zangeressen. Het koor zingt uit een breed repertoire a-capella koormuziek. Allereerst wil Het Zingend Hart muziek maken op hoog niveau. Daarbij heeft het koor een duidelijke voorkeur voor bijzondere gelegenheden en locaties en besteedt het altijd veel aandacht aan de enscenering van uitvoeringen, meer dan bij veel koren gebruikelijk is.

We zingen tijdens de instudeerfase met bladmuziek, maar tijdens de voorstelling doen we zoveel mogelijk uit het hoofd. Bij onze producties roepen we regelmatig de hulp in van een regisseur. Tijdens die concerten willen we alle zintuigen van ons publiek prikkelen. 

***

Sinds begin 2017 is onze dirigent Guido van Swieten. In het jaar 2022-23 repeteren we tijdelijk met een andere dirigent. Het Zingend Hart repeteert wekelijks op woensdagavond van 20.00 – ca. 22.30 uur in de Vredeskerk te Leiden (Van Vollenhovenkade 24).

***

Meest recente optreden: Mahler Freud wandeling

Ons meest recente optreden was tijdens de Leidse Hofjes Concerten op zaterdag 3 en zondag 4 september 2022.

Reacties en recensies

Tijn Borghuis schreef na het meelopen van de wandeling de volgende reactie:

De Leidse wandeling van Freud en Mahler is een intrigerend gegeven, dat al op verschillende manieren is verbeeld (roman, film, toneelstuk).  Het Zingend Hart heeft er een voorstelling over gemaakt in de oorspronkelijke vorm: een wandeling door Leiden. Ze spelen daarin echter niet de wandeling van Freud en Mahler uit 1910, maar een (fictieve) herneming van die wandeling in 1920 door Sigmund en Martha Freud voor leden van de Weense Psychoanalytische Vereniging. Dit is een briljant idee. De toeschouwers worden in de opening tot lid van de Vereniging gemaakt en zijn daarmee meteen “medeplichtig” aan alles wat er in de voorstelling gaat gebeuren. Het hernemen van de wandeling geeft Sigmund (Anthonie Meijers) en Martha (Nicoline van der Beek) de mogelijkheid om context te geven en kanttekeningen te plaatsen bij de analyse die Freud in 1910 maakte. Onder de verhandelingen van Sigmund over de huwelijksproblemen van Gustav en Alma Mahler hadden de leden van de Vereniging de gelegenheid (en misschien wel de plicht) om Freuds eigen huwelijk met Martha te observeren en te analyseren.  

De figuratie door het koor was ongelofelijk gevarieerd en gedetailleerd. Als bevolking van Leiden rond 1920 met kleding en attributen uit die tijd omringden zij tijdens de hele wandeling de toeschouwers in steeds wisselende groepjes en activiteiten. Om elke hoek was er weer een nieuwe tafereel, zoals een barbier die op straat zijn klanten scheert, of een vrouw die in het park een betoog houdt over de schadelijkheid van speelfilms en bioscopen. Door de voortdurende aanwezigheid en kleine gesprekjes die de koorleden in hun rollen met de toeschouwers voerden kreeg je niet de kans om uit de voorstelling te raken: het verhaal ging continu door en er was geen kans om af te dwalen van de route.

Met de binnenstad van Leiden als decor waande je je soms even diep in de vorige eeuw, maar het dagelijks leven in de stad gaat natuurlijk door en kwam op allerlei manieren op ons pad. De voorstelling probeert dan ook niet een strikte historische reconstructie te geven, maar speelt met de tijd. Een mooi voorbeeld daarvan was het betoog van Freud in de Zonneveldstraat over de architect Walter Gropius (die een  verhouding had met Alma Mahler) waarin hij de moderne achtergevel van het Kamerlingh Onnes Gebouw (uit 2004) aan Gropius toeschreef en vergeleek met de voorgevel van het politiebureau in de stijl van de Amsterdamse school (1927) “dat hier over zeven jaar gebouwd zal worden”. Terwijl dit betoog gaande was meende een man die zijn bus in het nu voor het politiebureau had geparkeerd dwars door de voorstelling te moeten wegrijden, waarop Freud zijn opmerkingen over de euvelen van de moderne tijd rechtstreeks tot hem richtte. Heel bijzonder om al deze tijden tegelijk te kunnen ervaren.  

Net als in het spel, werd in de zang een grote flexibiliteit gevraagd van het koor. De muziek, een mengeling van populair en meer verheven liederen (passend bij Mahlers manier van componeren), stond geheel in dienst van het verhaal. De werken werden onderweg uitgevoerd op locaties met sterk verschillende akoestische omstandigheden, wat het koor goed afging. Maar ook de muzikale mogelijkheden van de locaties werden benut, zoals in het binnenlopen van de Heilige Lodewijkskerk waar een werk van Brahms de rust en galm kreeg die het nodig had, en in de opstelling onder de boog van academiegebouw met de zangers aan weerszijden,  waar de toeschouwers door het gezang heen de Hortus in mochten lopen. Pas daar klonk voor het eerst muziek van Mahler zelf, waarna Freud, die weinig waarde hechtte aan muziek, moest toegeven dat als er een hemel zou zijn deze muziek daar dan zou klinken. Een prachtig slot van een rijke en gelaagde voorstelling die het Zingend Hart eindeloos veel denkwerk en voorbereiding moet hebben gekost.

De Leidse Glibber legde het begin van de wandeling vast in zijn video van de zondag van de Hofjesconcerten. (Kijk vanaf 13:15)

***

Het Leidsch Dagblad opende haar recensie over de Hofjesconcerten met een beschrijving van onze wandeling.